Basisbereikbaarheid in de stad van de toekomst (conclusie thesisverdediging 13 juni 2019)

De basisbereikbaarheid hangt samen met onze keuzes over wonen en leven. Om een goede mobiliteit voor iedereen te kunnen garanderen die daarenboven ook betaalbaar blijft, moet dit op een andere manier georganiseerd worden. Geen halte op max. 500m van elk woning zoals in basismobiliteit werd bepaald, maar de beste haltes uitkiezen, en hierrond verdichten. 

Vlaamse Bauwmeester vraagt ook reeds langer om verdichting woonkernen (HNB 20 juni 2019)

Bij huizen die in buitengebieden liggen renovaties afraden en geen nieuwbouw meer toestaan.  Nieuwe verkavelingen ten alle tijden vermijden. Woningen groeperen waardoor een langzaam uitdoofbeleid van versnipperde bebouwing ontstaat. Dit wil niet zeggen dat we in konijnenkoten moeten wonen, maar een leefbare omgeving creëren van rijhuizen met tuin of gelaagd wonen, met plaats voor groen in en rond deze woongebieden. 

Hierdoor creëren we een leefbare en verdichte kern waar mobiliteit, of het aanbieden van openbaar vervoer goedkoper en beter kan. Gezamenlijke woonbuurten met woon- en mobiliteitswensen op ieders maat die aangenaam en betaalbaar zijn. Ook moet er een minimum dienstverlening worden opgelegd, vooral in daluren (buiten de standaard woon/werk-uren) zodat wanneer iemand de beslissing neemt om de wagen te laten staan, hij hiervoor niet gestraft wordt door aan een groot aantal noodzakelijk of sociale activiteiten niet meer te kunnen deel nemen. 

De budgetten die we hierbij uitsparen omdat er geen versnipperd openbaar vervoer of nutsvoorzieningen nodig zijn kunnen dan weer gebruikt worden voor een betere infrastructuur en een betere openbare en deelmobiliteit. Dit zal ook maar goed werken wanneer deze versnipperde woongebieden worden weggewerkt.  Het is ondenkbaar om deelauto’s of fietsen in elke afgelegen verkaveling te voorzien. 

Bij een uitrol van basisbereikbaarheid in 2020 is het onmogelijk dat deze verdichting al is gerealiseerd, maar toch moeten nu reeds de plaatsen van deze knooppunten worden bepaald, en hier naartoe worden gewerkt zodat de Vlaamse gebruiker al op een andere manier zal moeten nadenken over zijn verplaatsingsgedrag.  Dit nadenken zal ook enkel gebeuren als het gelaagde model tot in de puntjes is uitgewerkt en de mogelijkheden er zijn.   

 Je kan niet overgaan tot  een modal shift als er geen goede alternatief is naast de auto die je al je vrijheid geeft.  Al is de auto niet altijd meer de vrijheid.  Duur, vaak in de file staan, en dan nog te denken dat deze auto vaak 23/24 stil staat en enorm veel van onze kostbare publieke of privé ruimte inneemt. En bovendien speelt de reistijd ook een grote rol.  

De aangekondigde mobiscore zal zeker ook helpen bij het maken van een goede keuze van waar je best kan wonen om een goede bereikbaarheid te hebben met andere modi dan de auto.

Er moet geïnvesteerd worden in een goed gelaagd openbaar vervoer, in een goede beschikbaarheid van informatie voor elke gebruiker, en een gebruiksvriendelijke manier van opzoeken en betalen.  Dit budget kan gerecupereerd worden uit andere fondsen die bij een verkerning van woongebieden, en centralisering van wegen kan uitgespaard worden. De vraag of een verbreding van autowegen en financiering van zo veel bedrijfswagens nodig is moet durven gesteld en beantwoord worden. 

Daarom zal het noodzakelijk zijn dat er zowel vanuit de overheid als bij de gebruiker zelf knopen worden doorgehakt en gedurfde keuzes worden gemaakt, en dit op korte termijn.  Het vertoonde uitstelgedrag met schrik voor wat de kiezer zou kunnen denken bieden ons geen oplossingen naar morgen.  Niet meer of bredere wegen, maar leefbare kernen, die terug openbloeien, waar de middenstand terug klanten heeft, en waar een goed openbaar vervoer voor iedere gebruiker voor handen is.

Wil e de volledige inhoud van de thesis lezen kan je deze aanvragen via : Marleen@d2m.be

 

Reacties zijn gesloten.